Arriën Vroeger & Nu

Historie

Arriën is een buurtschap direct ten oosten van Ommen met een heel oude kern dicht bij de rivier de Vecht. Het was eeuwen lang een boeren gemeenschap, een boerschop, in de vorm van een marke. In het markeboek van Arriën wat al halverwege de 14de eeuw in gebruik is genomen, wordt melding gemaakt van 16 erven. De eerste vermeldingen zijn van nog oudere datum. In 1394 worden al erven met naam genoemd die nu nog bestaan.

“29 dec 1393.  Rembold van Erigen. Dat erve ende guet toe Ridderinc tot Erygen mit zynen toebehoren in den kerspel van Ommen. Item dat erve tot Meyerinc in der marcken van Erygen.

16 okt 1433. Aernt Sticker na de dood van zijn zuster. Den tienden tot Ergen over Namyng ende over dat Camphues mitten allen sulken bysteren tienden als daer mit recht toebehoeren”.

De marke bestond uit akkers (esgrond), weide, hooiland en woeste gronden of venen, deze woeste grond of venen hadden hun grens in het noorden tot  in het tegenwoordige Dedemsvaart, daar staat nu nog een villa met de naam: “Arriërend”.

Deze woeste gronden en venen waren gemeenschappelijke gronden (ook gemeenschappelijk eigendom!) en waren van levensbelang voor het voort bestaan van de marke. Hier haalde men de plaggen voort de mest, de turf  voor de warmte maar ook het hout om te bouwen of voor het gereedschap en boerengeriefhout. Ook liet men daar de schapen grazen en verbouwde daar de boekweit. De gemeenschappelijke gronden waren als het ware de provisiekast van de marke.

Als er ruzie was met de aanliggende marken dan was dat bijna altijd om de grenzen. Vandaar dat men graag  duidelijk herkenbare grenzen aanhield. Een kuil, paal, of heuvel kon als zodanig dienst doen, maar nog liever had men een rivier of andere waterloop. Een paal of kuil konden kwaadwillende gemakkelijk verplaatsen maar bij een beek of zoiets  lukt dat niet zomaar.

Vandaar dat de marke Arriën als grens in het zuiden de Vecht had, in het westen de Galgengraven, in het noorden de Reest en in het oosten (later) de Hoogengraven. Op het kaartje hieronder is de grens in het noorden door het ontstaan van de nieuwe gemeente Avereest al naar het zuiden opgeschoven.

Als bewoners van Arriën hebben we geen gemeenschappelijke gronden meer,  maar wel een gemeenschappelijk doel, het voort bestaan van de gemeenschap in Arriën.

 

Tolhuizen

Behalve het voormalige tolhuis waar u nu voor staat zijn er in de gemeente Ommen nog een aantal tolhuizen uit die tijd. In Besthmen stond het tolhuis net voor de splitsing van de wegen naar Eerde en Lemele. Dit huis is afgebroken en weer in dezelfde oude staat opgebouwd naast het Streekmuseum en is nu een onderdeel van het museum. Aan de Zwolseweg, richting Vilsteren, staat het tolhuis net over de Regge maar vreemd genoeg niet dicht naast de weg of brug. Dit komt omdat de oude brug in de oorlog is vernield en de nieuwe brug verder naar het noorden is verlegd. In Witharen staat het tolhuis nog als gemeentelijk monument pal aan de weg door het dorp, maar is helaas onbewoond en ongebruikt. Een bijzonderheid aan de tolhuizen is dat voorgevel uigebouwd is als een grote erker, dit was voor beter zicht op de weg. (Zicht op de komende verdienste!) Als eerste tolgaarder hier in Arriën werd aangesteld B. Brunink geboren in 1810 in Hardenberg. De laatste tolgaarder was zijn kleinzoon Berend de Lange, hij deed dit werk tot 1923, toen werden de gemeentes stad en ambt Ommen samengevoegd en werd de tol opgeheven.

Tolteam anno 2011

Wie het niet, of niet meer  weet, er is een tolteam actief in Arrien! Dit team zorgt voor het levend houden van de geschiedenis van de  tol  te Hoogengraven.

Dit hebben ze gedaan door een echte houten tolboom te plaatsen. Deze kan ook nog, als zich er een juiste gelegenheid voordoet, gesloten worden. Ook is aan beide zijden van de rijbaan door het tolteam een authentiek aandoend houten bord geplaatst met de naam “Tolhekke”.

Het kastje met daarin het papier waarop de prijzen vermeld waren die toentertijd golden voor het passeren van deze tol was aan vervanging toe.

Omdat de timmerman uit het tolteam niet beschikbaar was heeft Wim de Vrede hiervoor een nieuw kastje gemaakt. En hoe! Het vakmanschap straalt ervan af!

De firma Noest uit Stegeren zorgde voor een sterke eikenpaal.  ABC combi maakt van originele tekst en de toelichting één historisch geheel dat op een passend formaat in kast zou kunnen.

Wat restte was dat het tolteam het oude spul verwijderde en de nieuwe kast met paal plaatste.

Wat ze met veel enthousiasme en plezier deden! Op bijgaande foto’s is dit te zien.

Komt  u er langs? Stop, of stap eens af en bekijk de geschiedenis van uw eigen buurt.

Luuk Vogelzang

Gedicht "Het Arriërland"

Gedicht t.g.v. 10 jarig jubileum

Buurtvereniging Arriën  1987.

Geschreven door E. Dijk

 

As ik trugge kieke noar d’olde dage

Noar vrogger tied in ’t Arriërland.

Dan denk ik an wat ik doar zaage

Doar te midden van venne en zand.

 

Toen had det veld nog heel wat heide

Met struuk’n en gruun bunte -grös

Een scheper dien zien schoapen weide

Hij liet ze in de rimboe lös.

 

Tussen det spul steun’n witte barken

Die hadden ’n sierlijke witte stam

Aj doar noar keek’n koj we marken

Dat er vulle zunlicht bi’j her kwam.

 

Op een enkele stee een plasse water

Veur vogels was ’t un vrie gebied

Ik heure nog ’t enten gesnater

Op toonledders van ’t leeuwrikslied

 

Doch kieke doar waren leu an wezig

Die warkten in dat wiede veld

Zie war’n met een venne bezig

Elk van zien schuppe vergezeld.

 

Die mensen waren törf an ’t stekk’n

Van ’t venne det er vulle was.

Zie gungen grote kloet’n skikken

En doarna staapl’n an un tas.

 

Al die tassen nuum’n ze ok wel stuuten

As warkster hek ze doar zien stoan

As de zunne de tassen kwam bezuuk’n

Dan kunden zie goed drug’n goan.

 

En as die törf dreug e was ebakk’n

Kwam ras de waag’n met een peerd

Dan ging ze wie op de zolder pakk’n

Was er weer branstof veur de heerd

 

Want zelf hek doar an mette doane

Ik zöcht veurof een best perceel

Ik heb an de törfstek-schuppe estoane

Acht op mekare, was mangs mien deel.

 

Zo koj dan ’t furnuis goed goan stokk’n

De scheursteen, dej weer roaken zag

De vrouwleu kund’n goan kokk’n

En ’t was weer warm bie winterdag.

 

Dan denk ik mangs an dizze dag’n

Noe törf van toen er niet meer is

Noe ze veur ’t gas steeds meer goat vroag’n

Dan denk ik dan die wildernis.

 

An ’t woeste veld van vrogger dag’n

An ’t turfvenne van ’t Arrierland

Toen ik die törfstekkers doar zaage

Doar te midden van het venne en zand.

Kamp Arriën

Werkkamp Arriën

Kamp Arriën lag aan de Brinkweg, in de buurt van Ommen. In dit werkkamp stonden op het terrein behalve woonbarakken ook nog een privaatgebouwtje, waslokaal en een pompgebouw voor de eigen watervoorziening. Eén barak was wat luxer en ingericht als de woning voor de kok/beheerder, met daarin ook de grote centrale keuken, de kantine, een klein ziekenzaaltje en een magazijn.
Timmermannen waren zeker tot in november 1940 bezig met de laatste hand te leggen aan de bouw van het kamp. Volgens buurman Jan Koggel werd het kamp officieel in gebruik genomen op 2 december 1940.

De twee woonbarakken van het kamp waren elk verdeeld in zes wooneenheden. Een wooneenheid bestond uit een woonkamer en een slaapgedeelte, bestemd voor een groepje van acht man. In totaal konden er twaalf groepen van acht man, dus 96 mannen in het kamp gehuisvest worden. De twee vertrekken van een wooneenheid waren elk 3,5 bij 5 meter groot. In de woonkamer stond een eettafel met stoelen, een kacheltje en er was een klein aanrecht. In het slaapgedeelte bevonden zich acht stapelbedden met matrassen van strozakken.

Het is niet bekend wanneer de eerste joodse dwangarbeiders arriveerden. In ieder geval was er eind april 1942 een maximale kampbezetting van 96 mannen aanwezig.

De joodse mannen werden gedwongen te werken aan de Grensweg en deze door te trekken tot aan het Ommerkanaal. Dit stukje weg is onverhard gebleven en wordt door sommige mensen in Arriën nu nog aangeduid als “Het Jeud’n weggie”.

Op 2 of 3 oktober 1942 werden de joodse dwangarbeiders doorgestuurd naar kamp Westerbork.

Eind 1942 kwamen evacués uit het westen van Nederland in kamp Arriën aan. Ze bleven vaak tot na de bevrijding. Lang hebben de barakken waarschijnlijk niet leeggestaan. In 1946 werden ze in verband met de hoge woningnood gevorderd door de gemeente Ommen en als woningen gebruikt.

Op Pinkstermaandag 6 juni 1949 brandde een voormalige woonbarak geheel af. Twintig jaar later verdwenen ook de resterende barakken; in augustus 1969 werd het voormalige kampterrein schoon opgeleverd.